Maantjes

Serie 4 boek 7

boer koen

 

dit is boer koen.

dit is zijn poes noor.

en noor ook.

bij koen is een koe.

bij koen is een kip.

de koe is vaak bij de dijk.

met boer koen.

kijk naar de beek, koen.

koen zit bij de koe.

is er room, koen?

noor doet een poot in de room.

nee, noor!

 ik maak kaas!

boer koen eet kaas.

poes noor eet room.

koen is moe.

poes noor is ook moe.

boer koen zit bij zijn raam.

poes noor zit er ook bij.

kijk naar de beek, koen.

de beek is raar!

de beek is net een zee

daar is tim.

tim is ook een boer.

kijk naar de beek, tim.

roep boer koen.

koen, ren naar de dijk!

kijk naar de beek.

de beek is net een zee.

dit is mis.

neem de boot, koen.

vaar ver.

daar is noor.

ren naar de boom, noor.

noor doet dit.

ze is in de boom.

toe, koe.

koe moet in de boot.

met mij en met de kip.

toe, koe.

doe maar!

de kip moet ook in de boot.

neem de kip, koen!

neem de kip bij een poot.

raak!

maar bij een veer.

poe, poe.

de koe is in de boot.

en de kip is in de boot.

koen zit ook in de boot.

vaar maar, koen.

de beek is net een zee.

toe maar, beek.

ik moet naar noor.

noor is naar de dijk.

tim is naar de dijk.

koen moet ook naar de dijk.

vaar maar naar de dijk.

daar is koen.

de boot is bij de dijk.

toe, koe.

toe, kip, ren naar de dijk.

er is voer.

ik maak soep, tim.

ik roer.

soep, tim?

eet de soep maar.

koen is bij de dijk.

met noor en de kip en de koe.

kijk naar de beek, koen.

is de beek raar?

en is de beek net een zee?

nee!